Bij veel ultralopers ligt hij op het nachtkastje, bij sommigen schijnt er zelfs een beduimeld exemplaar onder het kussen te liggen. Dit zijn de gelukkigen, de lopers die De mens als duurloper van Jan Knippenberg eind jaren tachtig hebben gekocht of er later eentje vonden in de schappen van de Slegte. Ik las het boek in 1987, geleend uit de lokale bibliotheek. Als student kostte het hardloopleven al veel te veel dus boeken kocht ik sporadisch. Toen ik met een boekenbon in de boekhandel een keus moest maken tussen Triathlon in de lage landen en het boek van Knip werd het een praktisch boek, met trainingsschema’s die mij moesten leiden naar een succesvolle triatlon.

Met verbazing las ik het boek van Knippenberg, over indianen die binnen de kortste keren Montezuma wisten te vertellen dat Cortés op het strand stond. Binnen vierentwintig uur hadden de Azteken vierhonderd kilometer overbrugd met het onheilspellende nieuws, of over de mythische race van de Cheyenne toen de dieren en mensen nog met elkaar konden praten. En over de Tamahumara met hun loopspelen en meerdaagse lopen. Verre volkeren, vreemde gewoonten.

Maar wat bleek, ook ogenschijnlijk doodnormale westerlingen liepen afstanden veel verder dan de gebruikelijke 42195 meter. Hoewel ik het boek bij tijd en wijle langdradig vond en ook iets te belerend wist Jan Knippenberg mij toch wel te raken. Ik begon bijna te denken dat het ultralopen niet vreemd was. Maar na mijn eerste marathon een jaar later heb ik dat hele ultraloopgebeuren snel weten te verdringen. Tweeënveertig kilometer hardlopen was al te veel van het goede, laat staan vierentwintig uur hardlopen op een Londense gravelbaan. Gekkenwerk

Maar ik werd wijzer. Ik ging werken, verkocht mijn racefiets en de hardloopschoenen verdwenen achter in een kast. Tot het moment, jaren later, dat ik op een doordeweekse avond, in het donker, de eerste schreden zette in een tweede loopleven. Na een paar jaar volgde weer een marathon, de Rotterdamse natuurlijk want dat is de enige echte Nederlandse klassieker. Op de streep op de Coolsingel kwam het besef terug waarom het in mijn eerste loopleven maar bij twee marathons is gebleven. Het was nog steeds te ver. Toch kroop het bloed waar het niet gaan kon. Van lieverlee werd het van één marathon per jaar, twee, drie tot één per maand. De stap van 42 naar meer was dan ook snel gemaakt.
En dan kom je vanzelf in een wereld die ultralopen heet. En in die wereld hoorde ik men geregeld spreken als: “in geest van Jan Knippenberg”. Iets was dus wel of niet in de geest van het boek wat ik vijftien jaar eerder las. Het Boek, ja het werd met hoofdletters uitgesproken, was een soort van bijbel geworden. Het werd tijd voor een hernieuwde kennismaking. In deze tijd van googlen, internetantiquariaten en virtuele marktplaatsen zou het een kwestie van een uurtje of zo zijn dat ik een exemplaar zou vinden. Mooi niet, het boek was onvindbaar of er werden prijzen voor gevraagd die ik niet wil betalen voor een boek.
Een bevriende ultraloper bracht uitkomst, hij had ooit een dagje achter het kopieerapparataat van zijn baas gestaan en het hele boek gekopieerd. Een paar dagen later plofte een dikke envelop op de mat, honderdtien A-viertjes, mijn exemplaar van De mens als duurloper.
Het jaarlijkse kerstvakantieweekje Texel stond voor de deur. De envelop ging mee, want een week Texel is wandelen, hardlopen en veel lezen. Hangend op de bank las ik mijn stapeltje A-viertjes, zocht en vond mijn antwoorden op vragen over waarom mensen meer dan de marathon liepen en nog steeds lopen.

Vorig jaar werd bekend dat de familie Knippenberg een uitgever had gevonden die de herdruk wilde gaan uitgeven. Uiteindelijk werd op 19 april, de dag dat Jan 60 had geworden, de herdruk gepresenteerd. Toevalligerwijs viel die datum met de uitgestelde Jan Knippenberg Memorial, de wedstrijd over honderd mijl van Vlaardingen, via Hoek van Holland over het strand naar Den Helder. Dat ik al heel snel een exemplaar wist te bemachtigen mag duidelijk zijn. De A-viertjes konden in de oud-papier bak.

Het boek ging overal mee naar toe, in de metro op weg naar wedstrijd, zorgvuldig verpakt in een plastic zak. Stel dat het na die trimloop vies zou worden van mijn bemodderde schoenen of bezwete shirt. Alhoewel, het zou wel erg “in de geest van” zijn als de vlekken op mijn boek kwamen van een zware “trail” in de Belgische Ardennen.
Het werd mij duidelijk wie de helden van Knippenberg waren. Ze waren hard, taai en vaak boer, in ieder geval eerlijke mannen van staal. Ze hielden schapen of rendieren. Mannen als Ted Corbitt, afkomstig van een boerderij in South Carolina, vroeger het land van plantages en de slavernij. De portretten die Jan Knippenberg beschrijft geven het ultralopen een plek in de hardloopgeschiedenis. Maar voordat hij Corbitt, Newton, Teunisse en de anderen beschrijft, vertelt hij over zijn 24-uursraces. Niet alleen over zijn beleving maar zeker ook over zijn bewondering, respect, voor de andere deelnemers. En dat is wederzijds. Op de baan van Crystal Palace ziet hij Don Ritchie tot tweemaal toe onwaarschijnlijke wereldrecords lopen. In 1977 loopt de Schot 11.30.51 op de honderd mijl als tussentijd in de 24 uurswedstrijd. Een jaar later wordt het honderd kilometer record verbroken door Ritchie. De 6.10.20 staat nog steeds te boek als de beste prestatie ooit. Knip zelf liep in die race 7.07.50. Tijdens derde ontmoeting met Donald Ritchie was de roodbebaarde Schot de begeleider van Jan Knippenberg gedurende een honderd kilometer in de heuvels tussen Grantham en Lincoln.
Maar waar hij aan de ene kant zijn bewondering uit voor de hardlopers van weleer, daar spuwt hij zijn gal over de hypes rondom de loopgolf. In de Runners van mei 1989 zegt Knippenberg: “Als je iemand die een half jaar pianoles heeft thuis hoort oefenen, accepteer je dat. Als diezelfde persoon een concert zou willen geven, zou je hem uitlachen. Bij lopen schijnt het anders te zijn: lieden die nauwelijks voorbereid zijn, storten zich in de marathon en sleuren zich in een belachelijk bewegingspatroon over de finish, vier vijf of nog meer uren na het startschot. En ze krijgen nog applaus! Volbrengen is de boodschap, geeft niet hoe en in welke tijd.”

Het boek heb ik gelezen, maar uit heb ik het waarschijnlijk nooit. Her en der een ezelsoor, een briefje met wat opmerkingen tussen bladzijde 130 en 131 over “Pioneer Ted”, en met potlood getekende uitroeptekens achter boeiende verhandelingen.

Morgen het vervolg: de ontstaansgeschiedenis van herdruk van De mens als duurloper door Mikel Knippenberg.

 

 
© Mark de Boer